Quaco in Suriname

Pag24-07

Met Afua komt Quaco in Paramaribo terecht op het erf van de planter en bestuurder Walter Kennedy. Quaco wordt zijn futuboi (lijfknecht). Afua moet op Kennedy’s zoontje passen. De oudere Olijf ontfermt zich over beiden. Zij vertelt hen over Boni, de leider van een groep marrons (gevluchte slaven). Boni wordt hun held.

Op een dag komt legerkapitein Stedman uit Holland op bezoek. Tot Quaco’s ontsteltenis leent Kennedy hem uit aan Stedman. Met hem zal Quaco ten strijde moeten trekken tegen Boni. Maar eerst begeleidt hij Stedman op zijn bezoeken aan vrouwen en cafés. En met Stedman maakt hij kennis met het harde leven op de plantages. Onderweg kijkt Quaco uit naar zijn broer.

Pag30-01

Lees verder in de strip (pag. 14-31)

• Verkoop van gevangen uit een slavenschip • Racisme • Leven van slaven in Paramaribo • Suikerplantages en koffieplantages