Achtergrond

Quaco

Quaco was de jonge persoonlijke slaaf of futuboi van de Schots-Nederlandse legerkapitein John Gabriel Stedman (1744-1797). Terwijl hij in het beroemde reisverslag van Stedman maar mondjesmaat aan bod komt, vertelt Quaco in het stripboek zijn verhaal.

John Gabriel Stedman

Wie een tentoonstelling of documentaire maakt over de slavernij in Suriname, neemt ongetwijfeld beelden op uit het geïllustreerde verslag van John Gabriel Stedman (1744-1797): Narrative of a Five Years Expedition against the Revolted Negroes of Surinam.

john-gabriel-stedman-1744-1797, portret

De Schots-Nederlandse kapitein John Gabriel Stedman kwam in 1773 in Suriname om te strijden tegen gevluchte slaven, de marrons. Vier jaar zou hij blijven en al die tijd hield hij een dagboek bij. Bovendien maakte hij tekeningen van de natuur, de plantages en de mensen. Bij thuiskomst in Nederland in 1777 maakte hij er een lijvig boek van met tachtig illustraties. Het duurde bijna twintig jaar voordat het uitkwam. Stedman woonde toen allang in Engeland.

Stedmandagboek John Gabriel Stedman, Coll. James Fort Bell Library, Minnesota.

Stedmans Narrative

Stedmans Narrative verscheen in Engeland in 1796 en sloeg in als een bom. Niet eerder waren de mishandelingen van de slaven zo uitgebreid beschreven en afgebeeld. In Engeland gebruikten de abolitionisten het boek in hun campagnes tegen de slavernij.

Direct na de Engelse uitgave verschenen vertalingen, in 1799 ook in het Nederlands. Lezers waren niet alleen onthutst over de slavernij en de gruwelijkheden. Ze waren ook in de ban van de onmogelijke liefde van Stedman voor Joanna, een jonge slavin. Over deze romance werden zelfs toneelstukken opgevoerd.

ROEL 106179 Geschiedenis van Nederland.CA148Stedman, aankomst slaven 2

112015 Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel 2013 A474joanna

Stedmans tekeningen worden gebruikt in tentoonstellingen en documentaires; het zijn de iconen van de slavernij in Suriname.

Quaco in Stedmans Narrative

Hoe zit het eigenlijk met Quaco in Stedmans boek? Die komt af en toe voor. Soms in enkele regels, soms in een korte zin. Maar een hoofdrol vervult hij zeker niet. Stedman lijkt Quaco tijdens het schrijven zelfs af en toe letterlijk te vergeten. Hoofdstukken lang komt hij niet voor, terwijl hij toch al die tijd bij Stedman moet zijn geweest. En pas tegen het einde van het boek weten we iets over Quaco’s leven: over hoe hij en zijn broertjes werden ontvoerd toen zij in het zand speelden. Dat was nog bij zijn familie, die in een gebied woonde dat nu in Ivoorkust of Ghana zou liggen.

Stedman schrijft dat hij Quaco vrijkoopt en meeneemt naar Nederland. Hij steekt hem in een fraai livrei en levert hem in 1777 af bij de gravin van Rosendael. Zo ging het niet helemaal. Hoe het waarschijnlijk wel ging, staat in de strip.

Quaco vertelt zijn verhaal

In het stripboek is Quaco zelf aan het woord. Hij vertelt zijn verhaal. Via zijn blik komt de geschiedenis van de slavernij tot leven. Quaco’s verhaal begint daarom niet pas als Stedman hem te leen krijgt, maar eerder, rond 1770, ergens bij een rivier in het westen van Afrika.

Pag3-01